Flanders Air Transport Network
De luchtvaart ontwikkelt zich binnen een uitgesproken internationale omgeving. Het Flanders Air Transport Network besteedt daarom veel aandacht aan het verstevigen van de concurrentiepositie van de luchthavens ten opzichte van het buitenland.
Vlaanderen heeft vier luchthavens: één nationale luchthaven (Brussels Airport) en drie regionale. Die laatste hebben elk een eigen nichemarkt en zijn dus complementair :
- Luchthaven Antwerpen: zakenluchtvaart,
- Luchthaven Oostende - Brugge: vrachtvervoer en chartermaatschappijen,
- Luchthaven Kortrijk-Wevelgem: general aviation.
Nood aan level playing field. Door het internationale karakter van de luchtvaart is vooral de behoefte aan gelijke concurrentievoorwaarden ten opzichte van het buitenland bijzonder groot. Enkele aandachtspunten.
- In hoeverre mag een luchthaven zijn omgeving belasten met lawaaihinder?
- Wanneer krijgt een luchthaven een milieuvergunning?
- Waaraan moet de opleiding van piloten voldoen?
- Wat is het sociaal statuut van personeel, piloten en technici?
Concurrentiepositie verstevigen. De strategische doelstelling van het Flanders Air Transport Network is om de concurrentiepositie van Vlaanderen te verstevigen. Het netwerk bracht daarom alle actoren van de luchtvaartsector samen op een Ronde Tafel Luchtvervoer om een lijst van knelpunten op te stellen die prioritair moeten worden aangepakt. Enkele voorgestelde acties:
- Zaventem promoten bij buitenlandse investeerders als uitstekende vestigingsplaats,
- Brucargo omvormen tot één industriële zone en als Authorised Economic Operator (AEO) laten certificeren. Op die manier krijgen de bedrijven in de zone voordelen in het internationale handelsverkeer,
- een centrum oprichten dat toekomstprojecten voor de luchtvaartactiviteit ontwikkelt.
Sommige van de projecten werden al opgestart en zullen verder worden uitgewerkt.
Innovatie en spin-offs. Vlaanderen kan op het internationale front een sterke rol spelen in het aanreiken van innovatieve technologieën en concepten. Door dat te doen, creëert Vlaanderen niet alleen industrie die hier lokaal actief is, en een exportproduct, maar ook de mogelijkheid om te linken aan andere technologieën en activiteiten die hier worden ontplooid, waardoor er schaaleffecten en spinn-offs mogelijk zijn.
|